Drentse bedrijven missen aandacht voor economie in het POP

22 Aug 2003

22 augustus 2003 - De economische situatie in Drenthe vraagt volgens het bedrijfsleven om structurele verbetering. VNO-NCW pleit als vertegenwoordiger van het Drentse bedrijfsleven samen met de Kamer van Koophandel, MKB en brancheorganisaties voor de bouw (BouwNed) en recreatie (Recron) voor meer ruimte bij de herziening van het tweede Provinciale Omgevingsplan (POP II) in Drenthe.

Binnenkort herziet de Provincie Drenthe het Provinciale Omgevingsplan, waarin beleid voor ruimtelijke inrichting, waterbeheer, milieu, verkeer en vervoer tot 2010 wordt vastgelegd. In plaats van de nadruk in het voorontwerp POP II op duurzame ontwikkeling en conservering, is het Drentse bedrijfsleven van mening dat versterking van de economische structuur prioriteit verdient.
Belangrijke peilers voor de Drentse economie zijn onder meer optimale infrastructuur, voldoende bedrijventerreinen, bouwmogelijkheden en ruimte voor recreatie. De uitdaging ligt daarbij in een zodanige combinatie van de functies wonen, werken en recreëren, dat werkelijk ruimte voor economische ontwikkeling wordt geboden.

Voor een goede bereikbaarheid van economische kernzones, bedrijventerreinen en stadscentra is een adequate infrastructuur essentieel. Naast de inspanningen om de A-28 op de trajecten Meppel-Zwolle en Assen-Groningen te verbreden hebben noordelijke bedrijven groot belang bij verdubbeling van de N-33 over het traject van Assen naar Zuidbroek.

De provincie Drenthe wil ruimte voor bedrijventerreinen in hoofdkernen geven. De Drentse organisaties vinden dat de vestiging van locale bedrijven in kleinere kernen, om redenen van economische ontwikkeling en leefbaarheid, niet uit het oog mag worden verloren. Het bedrijfsleven roept de provincie op tot een uitdagende benadering in POP II, zodat gemeenten, zich niet achter regels verschuilen en vernieuwende ontwikkelingen oppakken. Een vitaal platteland heeft behoefte aan economische activiteit en dynamiek. In vrijkomende agrarische bebouwing is meer ruimte nodig voor bedrijven, die geen hinder veroorzaken. Ongeveer 20% van de bedrijvigheid in plattelandsgemeenten is al in boerderijen gevestigd. Om ontwikkelingskansen voor deze bedrijven te behouden, zal de provincie meer ruimte moeten bieden om bijgebouwen op basis van kwaliteitscriteria te vergroten of te vervangen.

In het voorontwerp POP II wordt te veel het accent gelegd op concentratie van woningbouwactiviteiten in de grotere Drentse agglomeraties. Op den duur wil Drenthe 75% van de nieuwbouw in de grotere plaatsen realiseren. Dit is onaanvaardbaar, omdat ook kleinere kernen ruimte nodig hebben om de eigen bevolkingsaanwas op te vangen en het voorzieningenniveau veilig te stellen. De leefbaarheid op het platteland en de werkgelegenheid zijn gebaat bij een goede aansluiting op de vraag in de markt. De provincie dient meer rekening te houden met de positie van het regionale bouwbedrijven; voor het overgrote deel middelgrote en kleine bedrijven.

Volgens de bouwsector komt het “particulier opdrachtgeverschap” onvoldoende uit de verf.
De provincie dient samen met de gemeenten een actiever beleid te ontwikkelen om kopers van woningen invloed te geven op ontwerp en de uitvoering van woningen. Dit is mogelijk door eisen te stellen aan projectontwikkelaars of door het rechtstreeks beschikbaar stellen van bouwkavels aan toekomstige bewoners. De aspiraties in Drenthe blijven achter bij de landelijke doelstellingen en bij de ontwikkeling in andere provincies.

De recreatiesector is een belangrijke economische drager van de Drentse economie. De ruimtelijke zonering van het ontwerp POP II beperkt de vestiging en uitbreiding van een groot aantal recreatiebedrijven. Om aan de wensen van de recreant te voldoen, zal de oppervlakte van recreatiewoningen moeten toenemen. Als de provincie Drenthe een concurrerende positie in de recreatie wil behouden, zal de recreatiesector de ruimte moeten krijgen om een kwalitatief hoogwaardig product te kunnen leveren.

Samenvattend is het Drentse bedrijfsleven van mening dat het provinciale bestuur een belangrijke verantwoordelijkheid draagt om de werkgelegenheid en de economische structuur in de provincie te stimuleren en daarvoor in een beleidsplan als het POP II meer dan de voorgeselde ruimte te creëren.

Partners