Noordelijk bedrijfsleven vierkant achter volwaardig NNO

3 Jun 2004

Haren, 3 juni 2004 – Het kabinet moet van het noordelijke bedrijfsleven bij de subsidietoekenning afblijven van het Noord Nederlands Orkest. Goede culturele voorzieningen zijn van groot belang voor het vestigingsklimaat. Het bedrag dat Noord Nederland uit Den Haag krijgt voor cultuur moet juist omhoog. Dat zeggen VNO-NCW Noord en de drie noordelijke Kamers van Koophandel en Fabrieken.

Op korte termijn neemt Staatssecretaris Van der Laan van Cultuur een besluit over de toekenning van subsidies aan de symfonieorkesten. De Raad voor Cultuur adviseert de Staatssecretaris de kaasschaaf. Rapportcijfers doen er even niet toe. Elk orkest moet volgens het principe gedeelde smart 4,3% inleveren op het bestaande budget. Deze benadering is voor Noord-Nederland onheus en onrechtvaardig, en in flagrante tegenspraak met het voornemen van de Staatssecretaris om een betere spreiding van culturele uitingen te bevorderen.

Het noordelijk bedrijfsleven wijst op het belang van goede culturele voorzieningen. De kwaliteit van het vestigingsklimaat wordt daar mede door bepaald. Daarom ook moet de culturele sector in de noordelijke regio juist worden versterkt. Minder dan 4% van het nationale cultuur-budget gaat naar Noord–Nederland. De Staatssecretaris heeft beloofd daar verlichting in aan te brengen. Bezuinigen staat daar haaks op.

Noord-Nederland telde tot 1989 twee orkesten met samen 148 musici. De twee orkesten werden omgevormd tot één orkest. Liefst 59 musici gingen in het fusieproces ten onder. Hieruit ontstond het NNO met 89 musici. Vanaf 1989 opereert het NNO alleen binnen drie provincies. Elders in Nederland behoefde de fusiebijl niet te worden gehanteerd. In het Zuiden (2), Oosten (2) en Westen (5) bleven meerdere orkesten aanwezig. Dit betekent dat het beroep dat door de regio op het NNO wordt gedaan bovengemiddeld is. Juist het NNO verdient het om uitgesloten te worden van een generieke korting, gezien deze bijzondere regiospecifieke en historische context.

VNO-NCW Noord en de drie noordelijke Kamers van Koophandel zijn van mening dat de regionale opdracht waarvoor het NNO zich nationaal gesteld ziet reeds vergaand financieel is beknot. Recente parlementaire besluitvorming waarin het NNO als enig orkest een structurele substantiële financiële impuls op curieuze gronden werd onthouden versterkt dit oordeel. Extra transportkosten en een beperkte zaalcapaciteit op een veelheid van noordelijke locaties illustreren de afwezigheid van schaalvoordelen, alsmede de onmogelijkheid van een nieuwe aderlating.

Thema's

Partners