'Het halve werk is een goed begin'

spoor 14 Dec 2010

Het halve werk is een goed begin

'Spoorlijn Groningen-Heerenveen essentieel voor toekomstige Zuiderzeelijn'

Als de spoorlijn Groningen-Heerenveen wordt uitgevoerd als een spoorlijn die HSL-waardig is, dan is hiermee de halve Zuiderzeelijn al gerealiseerd. Een belangrijke strategische zet. Een beeld van de grote belangen rondom de spoorlijn en het hele RSP-project.

Op dit moment vinden er voorlichtingsavonden plaats met betrekking tot de voorgenomen aanleg van de spoorlijn Groningen-Heerenveen. Deze nieuwe spoorverbinding zou moeten worden gefinancierd vanuit het alternatieve pakket (het Regionaal Specifieke Pakket, RSP) voor het niet doorgaan van de Zuiderzeelijn. Een slimme en strategische zet om hiermee toch de halve Zuiderzeelijn aan te leggen.

Er is een budget van €577 miljoen beschikbaar gesteld voor de aanleg van de spoorlijn. In deze tijden van bezuinigingen een gigantisch budget. Toch is het nog niet zeker dat dit budget toereikend zal zijn. Er zijn inmiddels ramingen die boven de € 700 miljoen reiken, andere geluiden geven aan dat dit budget afdoende zou moeten zijn.

Noordelijke eenheid
Het lot van de Zuiderzeelijn werd definitief bezegeld toen bleek dat er vanuit de regio zo mogelijk nog meer gretigheid was om het alternatief binnen te slepen. Een dure les. Hiermee kon de minister veilig de Zuiderzeelijn laten vallen en de afzonderlijke provincies tevreden stellen met het vervullen van hun individuele wensen. De afbrokkelende noordelijke solidariteit heeft dus mede bijgedragen aan het afblazen van de Zuiderzeelijn.

Als we niet oppassen is de spoorlijn Groningen-Heerenveen hetzelfde lot beschoren. Omdat er in Groningen en Friesland partijen zijn die openlijk alternatieve bestedingen voor het budget aan het zoeken zijn, valt het draagvlak weg. Dat zou een strategische blunder zijn. Er zijn immers veel goede redenen om deze spoorlijn wél aan te leggen.

De voordelen
Met het afblazen van de Zuiderzeelijn door minister Eurlings is het geloof in nut en noodzaak van deze hoogwaardige spoorverbinding niet verdwenen. Als de spoorlijn Groningen-Heerenveen zou worden uitgevoerd als een spoorlijn die HSL-waardig is, wordt hiermee de halve Zuiderzeelijn al gerealiseerd. Een belangrijke strategische zet.

Niet alleen krijgen Drachten en Leek met de spoorlijn een volwaardige aansluiting op het spoornet, ook station Heerenveen krijgt een flinke boost. Nu is het een eenvoudige tussenstop, met de nieuwe spoorlijn wordt het een potentieel knooppunt. Ook economisch is dat een interessante propositie.

De nieuwe spoorlijn draagt ook in belangrijke mate bij aan de externe ontsluiting van de stad Groningen. Vanuit bijna alle windrichtingen wordt deze stad door middel van spoor ontsloten, behalve uit de richting Drachten. Terwijl dit nu een van de belangrijkste verkeerstromen richting de stad is. Autoverkeer heeft op dit moment geen alternatief en de spoorlijn zou dus van grote toegevoegde waarde zijn.

Omdat de spoorlijn Groningen-Heerenveen slechts een deel van de Zuiderzeelijn vormt, mag deze niet worden vergeleken met de potentie hiervan. Ook de vervoerswaarde alleen is onvoldoende reden de spoorlijn aan te leggen. De werkelijke urgentie zit hem in de samenhang en de tijdlijn van het totale RSP.

Als dit onderdeel van het RSP alsnog op nut en noodzaak wordt doorgelicht, zullen ook automatisch andere onderdelen van het RSP op de korrel worden genomen. Met als mogelijk risico dat er een oneindige discussie ontstaat. De harde doelstelling dat gelden van het RSP voor 2020 onomkeerbaar moeten zijn vastgelegd in projecten, wordt dan moeilijk haalbaar. Met als mogelijk logisch gevolg dat de Rijksoverheid na 2020 deze gelden weer terughaalt. Met andere woorden; als de spoorlijn ter discussie wordt gesteld, staan we aan het eind van de rit met lege handen.

Bestuurlijke moed
Een andere adder onder het gras is de wijze van aanbesteden. Omdat de regionale bestuurders de mogelijkheid open willen houden om het project komend jaar te kunnen afblazen, wordt het bedrijfsleven uitgedaagd om op dit moment een ‘garantieprijs’ af te geven. Dit is een gevaarlijke manier van zekerheid genereren. Hiermee wordt min of meer de verantwoordelijkheid voor het project aan het bedrijfsleven overgelaten. Juist omdat in deze fase de onzekerheden enorm groot zijn (tracé, wijze van uitvoeren, landschappelijke en stedelijke inpassingen) is het moeilijk om over garanties te spreken.

Wat gevraagd wordt is bestuurlijke moed. De keuzes vanuit het verleden en de daarbij behorende consequenties moeten worden aanvaard. De belangen rondom de spoorlijn en het hele RSP-project zijn groot. Zeker nu het kabinet onverbloemd heeft duidelijk gemaakt dat ze op het vlak van infrastructuur niet aanvullend zullen investeren in Noord-Nederland, moet vaart worden gemaakt met de besteding van
de RSP middelen. Een tweede kans op een dergelijk pot vrij besteedbaar geld zit er in de 21e eeuw niet meer in.

Partners