'Verbrandingsbelasting werkt contraproductief'

afval2013 7 Okt 2013

Belasting heffen op het verbranden van afval is desastreus voor de Nederlandse afval- en recyclingindustrie, stelt de Vereniging Afvalbedrijven. Het leidt tot ontgroening van belastingstelsel en maatschappij, het tegenovergestelde van wat GroenLinks en enkele andere fracties beogen met het opnemen van een verbrandingsbelasting in hun tegenbegrotingen. Zowel het recyclen van afval als het produceren van duurzame energie wordt met deze maatregel tegengewerkt.

Een verbrandingsbelasting treft voornamelijk afval waarvoor verbranden met energieterugwinning de meest wenselijke verwerkingsmethode is. Het gaat om huishoudelijk afval en daarmee vergelijkbaar bedrijfsafval. De kosten komen ten laste van producenten en consumenten en leiden zo tot een negatief effect op de koopkracht. Minstens 2.000 banen staan op het spel, zowel in de directe uitvoering als bij de toeleverende industrie.

Volgens eerste schattingen leidt een verbrandingsbelasting tot een afname van 3 miljoen ton brandbaar restafval voor Nederlandse afvalenergiecentrales (AEC’s). Het verbranden van restafval in AEC’s wordt zo duur, dat de import van afval stil komt te liggen en Nederlands brandbaar restafval naar landen zonder een verbrandingsbelasting wordt geëxporteerd. Ook recyclebaar afval verdwijnt uit Nederland. Omdat recyclingbedrijven hun te verbranden reststromen duurder moeten afzetten, wordt het aantrekkelijk om de activiteiten te verplaatsen naar het buitenland. De import van recyclebaar afval wordt onaantrekkelijk door de hoge verbrandingskosten voor het recycling-/sorteerresidu. Voorstanders van een verbrandingsbelasting realiseren zich niet dat de kostprijs van recyclingactiviteiten onder druk komt te staan. In feite confronteert de Nederlandse overheid haar eigen industrie met een ernstig concurrentienadeel, terwijl andere lidstaten de eigen industrie juist stimuleren.

Het afbouwen van 3 miljoen ton Nederlandse verbrandingscapaciteit kost de Nederlandse samenleving 1,1 miljard euro. Dat is veel meer dan de 0,4 miljard euro die een verbrandingsbelasting volgens GroenLinks oplevert. Door een toename van de export wordt dit bedrag sowieso niet gehaald. Extra kapitaalverlies ontstaat doordat recent aangelegde warmte-infrastructuur deels onbenut blijft. Contracten van levering van warmte en elektriciteit kunnen niet worden nagekomen en moeten worden afgekocht. De verplichtingen worden overgenomen door bedrijven die gebruikmaken van fossiele brandstoffen als kolen. Op dit moment leveren de Nederlandse AEC’s ruim 4 petajoule (PJ) duurzame warmte, voldoende voor 90.000 huishoudens. Deze hoeveelheid kan de komende jaren doorgroeien tot 6 PJ. Met een verbrandingsbelasting daalt de geleverde duurzame warmte tot 2,5 PJ. De elektriciteitsproductie daalt eveneens, van 4.700 naar 2.800 gigawattuur. De totale bijdrage van de sector aan de doelstelling voor duurzame energie neemt af van 15,5 naar 9 procent. Een verbrandingsbelasting leidt dus tot een ontgroening van het belastingstelsel en van de samenleving.

Thema's

Partners